aristotleTowards some principles of visual poetics

Lars Verspohl – Datamake.io

Proloog

Dat je informatievisualisaties kunt opvatten als een verhaal, wordt vaker beweerd. Maar hoe je verhaalheorie kunt gebruiken voor het analyseren van visualisaties horen we niet zo vaak. Data-analist en ontwerper Lars Verspohl doet een poging door te onderzoeken wat de Poetica van Aristoteles ons kan leren over het ontwerp van visualisaties. Hij vraagt zich af hoe je de kernbegrippen van Aristoteles kunt gebruiken voor het analyseren van visualisaties.

Plot – aantal variabelen

Je kunt pas van een verhaal spreken als er sprake is van een plot, zegt Aristoteles. De plot is de logische ontwikkeling van het verhaal. Dat kan gaan om een keten van samenhangende gebeurtenissen, of door het karakter van de hoofdpersoon. Bij een visualisaties kun je op twee niveaus van een plot spreken: de samenhang van de beelden, en de conceptuele eenheid van het ontwerp. Met een lijngrafiek is die samenhang onmiddellijk gegeven. In andere gevallen gaat het om de beeldvolgorde – vertonen die een navolgbare samenhang?

Een plot vraagt volgens Aristoteles om de eenheid van handeling, plaats en tijd. Vertaald naar visualisaties zou het gaan om eenheid van inhoud, vorm en – waar mogelijk – van tijd.

Een goede plot zorgt er volgens Aristoteles voor dat je een inzicht krijgt dat verder reikt dan de individuele geschiedenis van het verhaal. Voor de maker van visualisaties betekent dat dat je met voldoende variabelen werkt. Hoeveel is altijd lastig te bepalen.Het hangt af van het publiek waar je voor werkt.

Personage – empathie

Verhalen gaan over personen. Dat is bij visualisaties meestal niet het geval. Toch kun je het idee van een hoofdpersoon of protagonist, ook gebruiken voor visualisaties. De hoofdpersoon in een verhaal zorgt ervoor dat je als je je als toehoorder kunt meeleven met wat er gebeurt. Je kunt je verplaatsen in wat de hoofdpersoon doet en overkomt. Die vorm van empathie met het onderwerp kun je als maker op drie manieren bewerkstelligen:

  1. Door een inzichtelijke vertelvolgorde te gebruiken
  2. Door gebruik te maken van allegorische beelden (beelden die verwijzen naar waar ze voor staan)
  3. Door – waar mogelijk en zinvol – gebruik te maken van personificatie

Thema – boodschap

Een verhaal heeft behalve een plot – de logische voortgang van het verhaal – ook een thema, of boodschap. Het gaat ergens over. Dat gaat natuurlijk ook op voor visualisaties: ze moeten iets vertellen dat een zekere mate van complexiteit heeft.

Stijl

Met het begrip ‘stijl’ duidt Aristoteles het woordgebruik aan. Dat laat zich makkelijk vertalen naar de manier waarop beelden worden gebruikt: strak en zakelijk, of met veel toeters en bellen.

Toon – achtergrond

De toon van een verhaal wordt volgens Aristoteles gezet door het commentaar dat wordt gegeven door het koor zoals dat functioneert in het klassieke Griekse drama. Via gezang laat het koor weten hoe het denkt over wat zich op het toneel afspeelt. Met een moderner begrip kun je dat de stem van de verteller noemen – het perspectief vanwaaruit het verhaal wordt verteld. Het equivalent daarvoor in visualisaties ziet Verspohr in het gebruik van de achtergrond. De toon in visualisaties is de achtergrond waartegen de informatie wordt afgezet.

Spektakel – special effects

Een drama, of theatervoorstelling, maakt gebruik van theatrale effecten (licht, geluid, mechanische beweging …). Dat trekt de aandacht, maar is niet altijd noodzakelijk voor het verhaal. Voor iets vergelijkbaars bij visualisaties zou je aan animaties kunnen denken, of afbeeldingen die opkomen en verdwijnen. Ze kunnen de aandacht trekken, maar zijn niet altijd noodzakelijk voor het verhaal

Catharsis – nieuw inzicht

Voor de emotionele impact van een verhaal gebruikt Aristoteles de term catharsis (‘ontlading’). Bij een visualisatie zou je van catharsis kunnen spreken als het leidt een vernieuwd inzicht.

7 Richtlijnen

Op grond van deze Aristotelische poëtica komt Verspohl tot de volgende zeven richtlijnen voor informatievisualisaties

  1. Beperk je tot één onderwerp
  2. Kies een logisch ontwerp
  3. Zorg ervoor dat het ontwerp aansluit bij het beeldbegrip van de gebruiker
  4. Gebruik een heldere stijl die aansluit bij het onderwerp
  5. Gebruik de achtergrond om de toon te zetten, maar laat die achtergrond niet overheersen
  6. Gebruik visuele effecten functioneel en wees er zuinig mee.
  7. Zorg ervoor dat de visualisatie leidt tot een verscherpt inzicht.

Schematische weergave van de omzetting van Aristoteles’ begrippen voor het analyseren van een verhaal naar begrippen die bruikbaar zijn voor de analyse van informatievisualisaties.

poetica

 

Menu